Staal, smeden en stansen

Messen- en scharenfabrieken kopen hun grondstoffen bij staalfabrieken. Staal is een ijzerlegering met min. 0,2% en max. 2% koolstof. Ongelegeerd staal bevat naast ijzer alleen koolstof - en is niet roestvrij. Gelegeerd staal bevat wel andere toevoegingen, bijv. chroom. Roestvrij messenstaal bevat meestal 13 tot 18% chroom. Het roestvrije staal is pas in 1921 uitgevonden. De term ‘roestvrij’ is enigszins verwarrend, want staal bestaat altijd grotendeels uit ijzer, dat in contact met zuurstof oxydeert. De toevoeging van chroom e.d. en het fijn polijsten van mes of schaar bestrijden dit oxyderen effectief, mits men contact met bijtende c.q. agressieve vloeistoffen vermijdt en het artikel droog bewaart.

Aan roestvrij staal worden vaak elementen toegevoegd zoals molybdeen, dat het staal extra taai maakt en kan zorgen voor harde carbiden in het staal. Ook vanadium en wolfraam worden soms toegevoegd. Men spreekt in deze gevallen van hooggelegeerd staal. In feite zijn talloze staallegeringen mogelijk, die steeds worden toegespitst op het beoogde doel. Een bekende legering is het 18/10 roestvrije edelstaal (18% chroom, 10% nikkel), dat gebruikt wordt voor tafelbestek. Door al deze toevoegingen is dit staal echter niet hardbaar en dus ongeschikt voor kwaliteitsmessen.

Ongeharde messen en scharen blijven niet scherp. Alle messen en scharen van goede kwaliteit zijn daarom van gehard staal. Alleen scherpe messen en scharen zijn immers écht bruikbaar - en veiliger bovendien omdat maar minimale druk bij het snijden en knippen nodig is.

Bij het harden wordt het staal tot een zodanige temperatuur verhit, dat de koolstofatomen in de ijzerkristallen worden gedrongen (afhankelijk van de staalsoort bij 800 - 1000ºC). Door snel afkoelen - het ‘afschrikken’ - kunnen de koolstofatomen niet terug en er ontstaat het harde, spanningsvolle martensiet. Door een tweede verhitting op een lagere temperatuur - het ‘anlassen’ - van bijv. 200 - 600ºC ontlaadt de spanning en is het staal niet bros meer. De hardheid wordt meestal gemeten volgens Rockwell Cone (Hrc) en ligt bij goede messen en scharen tussen 50 en 60. De Hrc-waarde is alleen zinvol in samenhang met de gebruikte staalsoort: gelegeerd staal blijft bij lagere hardheid soms langer scherp dan ongelegeerd staal bij een hogere Hrc-waarde. Het optimaal harden is van fundamenteel belang voor een goede kwaliteit.

Bij het smeden van het staal wordt dit in gloeiende toestand in de gewenste vorm gebracht. Vroeger gebruikte de smid daarvoor een smeedhamer, nu gaat dat min of meer automatisch met een zware valhamer. Uit kostenoverwegingen gebruikt men trouwens in plaats van smeedstukken zoveel mogelijk het uitgewalste, dubbelconische bandstaal. Hier worden dan de lemmeten e.d. - ook die van messen en scharen van hoge kwaliteit - uitgestanst. Koksmessen met krop en geheel stalen scharen bijv. worden echter heel vaak nog uit één stuk gesmeed staal gemaakt, om praktische én kwaliteitsredenen. Immers, bij het smeden zijn allerlei vormen en materiaaldiktes mogelijk; bovendien verdicht het staal ook.

Een mes of schaar van goede kwaliteit vraagt zeer veel bewerkingen. Een ‘beetje’ schaar vergt wel 150 bewerkingen, waaronder slijpen, polijsten, vernikkelen, monteren en afwerken. Bij messen komen daar nog eens heftfabricage en -montage bij. Genoeg om een boek over vol te schrijven. Hoe beter echter al deze zichtbare bewerkingen zijn uitgevoerd hoe beter waarschijnlijk ook de niet zichtbare kwaliteiten van een mes of schaar zijn.